Aleid van den Brink, Directeur-bestuurder Blijf Groep

‘Huiselijk geweld moet uit de taboesfeer’


Geen geheimzinnigheid meer. Dat is het doel van de Vrouwenopvang. Met 200.000 slachtoffers per jaar is huiselijk geweld een groot maatschappelijk probleem. En toch… blijft het een onderwerp waar mensen niet graag over praten. Maar het is er wel! In je familie, je buurt of je wijk. Iedereen weet dat. Laten we het niet onder stoelen of banken steken.

Huiselijk geweld moet uit de taboesfeer. We willen laten zien dat het bestaat. Schaam je niet als het jou overkomt. Vrouwen moeten geen zonnebril meer opzetten en zich verstoppen voor iets wat hun partner heeft gedaan.

De Vrouwenopvang heeft een lange traditie in het opvangen en helpen van slachtoffers van huiselijk geweld. Al bijna veertig jaar kunnen zij terecht in speciale Vrouwenopvangcentra. Het eerste Blijf-van-mijn-Lijfhuis werd geopend in 1974. Het is dus niet gek dat binnen de Vrouwenopvang veel is veranderd! Afstappen van geheimzinnigheid hoort daar helemaal bij. En dit vertalen we ook in onze aanpak.

We creëren kansen om de relatie zonder geweld voort te zetten. Ook is er veel meer aandacht voor de situatie van kinderen. De focus is verschoven van opvang naar preventie en ambulante hulpverlening buiten de opvang. Een gezinsgerichte aanpak, met aandacht voor slachtoffer, pleger én kinderen.

We werken vanuit het gezin en kijken naar veiligheid, sociale en psychische aspecten. Ook is oog voor eventuele verslavingen of schuldsanering. We werken dus intensief samen met veel verschillende partijen. Van Politie tot Jeugdzorg, van afkickcentra tot maatschappelijk werk.

‘Vrouwen zijn zelf regisseur van hun toekomst’


Natuurlijk maken we nog steeds gebruik van geheime locaties. Soms is het geweld en de dreiging zo ernstig, dat er geen andere mogelijkheid is. Maar waar mogelijk bieden we hulp op zichtbare adressen. Zodat iedereen (ook de (ex)partner) weet waar ze woont en verblijft. In augustus 2011 opende prinses Máxima in Alkmaar het eerste Oranje Huis. In het Oranje Huis kreeg de hulpverlening bij huiselijk geweld een hele nieuwe vorm: open, zichtbaar en toekomstgericht.

Geweld is er in allerlei vormen, zoals (ex)partnergeweld, eergerelateerd geweld en gedwongen prostitutie. Onze sector heeft zich de afgelopen jaren geprofessionaliseerd. We zijn sterk verenigd met een landelijk dekkend netwerk. Van noodbedvoorziening tot crisisopvang en van begeleid wonen tot online hulpverlening. Dat is pure winst voor de slachtoffers.

Ook in de methodieken zie je die professionalisering. Krachtwerk is een landelijke basismethode, die wordt toegepast met systeemgericht werken. De kern van Krachtwerk is dat vrouwen die aankloppen bij de Vrouwenopvang, zélf regisseur zijn van hun toekomst. Voor kinderen in de opvang is er de methodiek Veerkracht. We kijken ook naar hun belangen en behoeften. Zij komen niet mee als “bagage” van hun moeder.

‘We blijven ons elke dag inzetten voor hun geluk’


We willen huiselijk geweld en uitbuiting in relaties stoppen en voorkómen. Vandaag én morgen. Daarom bieden, coördineren en organiseren we directe hulp op maat. Thuis of in de opvang. Aan iedereen die te maken heeft met deze problematiek. We ontwikkelen en delen kennis over huiselijk geweld. En we vragen structureel steun en aandacht voor de aanpak van huiselijk geweld. De Vrouwenopvang kijkt continu naar ontwikkelingen in de samenleving, volgt deze, probeert te sturen én speelt zo mogelijk een actieve rol.

De Vrouwenopvang is volop in beweging. We blijven ons elke dag inzetten voor het geluk van al die mensen die ons nodig hebben. Hun kracht en onze inzet. Dát is de basis voor een zichtbare en open aanpak van huiselijk geweld.

FEITEN & CIJFERS


In de afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat geweld in de privésfeer op grote schaal voorkomt. Het gaat om één van de omvangrijkste geweldsvormen in onze samenleving.

  • In Nederland worden jaarlijks een miljoen mensen slachtoffer van incidenteel huiselijk geweld.
  • Tussen de 200.000 en 230.000 personen hebben zelfs te maken met ernstig of herhaald huiselijk geweld.
  • Meer dan 118.000 kinderen zijn slachtoffer van mishandeling.
  • Volgens de politie komt 33% van de slachtoffers van moord- en doodslag in Nederland om het leven door huiselijk geweld: dat is gemiddeld ruim 50 personen per jaar.

Wat doet de Vrouwenopvang en voor wie?
De 27 organisaties voor Vrouwenopvang bieden overal in Nederland opvang en hulp aan vrouwen - en hun eventuele kinderen - die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, loverboys/jeugdprostitutie of mensenhandel.


Locaties Vrouwenopvang weergeven op een grotere kaart

De Vrouwenopvang biedt veiligheid, opvang en (ambulante) begeleiding aan vrouwen bij het voorkomen en/of stoppen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. De Vrouwenopvang richt zich primair op vrouwen en kinderen in situaties van geweld. Als het mogelijk is worden alle gezinsleden bij de opvang en de hieraan verbonden dienstverlening betrokken. De Vrouwenopvang draagt bij aan de versterking van de eigen kracht, het herstel en de maatschappelijke participatie van alle gezinsleden.

De Vrouwenopvang helpt vrouwen en kinderen die te maken hebben met verschillende problemen. Vaak gaat het om een combinatie hiervan. Voorbeelden zijn (ex)partner geweld, eergerelateerd geweld, loverboy problematiek, mensenhandel, stalking, tienermoeders en seksueel geweld. Achterlating en huwelijksdwang zijn nieuwe problematieken. Daarnaast spelen problemen als schulden, lage opleiding en behoefte aan opvoedingsondersteuning.

De Vrouwenopvang vormt een landelijk netwerk. Dankzij de expertise in dit netwerk kan de Vrouwenopvang flexibel inspelen op de behoefte van de cliënt, waar dan ook in Nederland. De Vrouwenopvang biedt lichte en zware vormen van opvang en hulp. Waar nodig is de opvang beschermd en de dienstverlening ambulant. De hulp is afhankelijk van de veiligheidssituatie en de zorgbehoefte van vrouwen en kinderen.

12.025 mensen
In 2011 hielp de Vrouwenopvang in totaal 12.025 cliënten (inclusief kinderen): 9.826 vrouwen en 2.199 mannen. Er waren 8.102 unieke cliënten van 18 jaar en ouder: 7.694 vrouwen en 508 mannen. Ruim 47% van het totaal aantal cliënten in de Vrouwenopvang was jonger dan 23 jaar. In 2011 kwamen 3.322 kinderen mee naar de Vrouwenopvang.

Er ligt druk op de capaciteit van de Vrouwenopvang en de doorstroom stagneert soms. Plekken blijven namelijk lang bezet, waardoor minder vrouwen instromen.

Mannen in de Vrouwenopvang
De mannelijke cliënten in de Vrouwenopvang zijn grotendeels meegekomen zoons onder de 18 jaar. Daarnaast kregen 508 mannen (ouder dan 18 jaar) in 2011 hulp van de Vrouwenopvang. Het betreft hier situaties waar sprake is van huiselijk of eergerelateerd geweld.

Opleidingsniveau
Het opleidingsniveau van cliënten (18-65 jaar) die in 2011 een beroep deden op leden van de Vrouwenopvang is laag te noemen. Slechts circa 40% heeft een startkwalificatie, tegenover 68% van de groep 15-65 jarigen in de gehele bevolking. Meer weten? Kijk op: www.opvang.nl/feiten&cijfers/FLASH/index.html

Joke Smit Prijs


De Vrouwenopvang heeft in 2012 de Joke Smit Prijs ontvangen. Een Nederlandse regeringsprijs, bestemd voor een persoon, groep of instantie die een fundamentele bijdrage levert aan de verbetering van de positie van vrouwen in Nederland. De jury: ‘De opvanghuizen zijn onmisbaar voor de veiligheid van vrouwen en zijn in Nederland noch internationaal niet meer weg te denken uit de samenleving. Hun bestaan, en het werk dat daarin tot ontwikkeling is gekomen, heeft de samenleving voorgoed veranderd.’

‘Maak van huiselijk geweld geen geheim. Durf te delen!’

De Vrouwenopvang in actie


Mishandeling, onderdrukking en bedreiging zijn een taboe. Het speelt zich af in het verborgene, betrokkenen houden het vaak uit schaamte en angst geheim. Gewelddadige relaties kunnen zo eindeloos doorgaan, zonder dat iemand ingrijpt. Dit moet anders! De Vrouwenopvang bestrijdt het taboe op huiselijk geweld. Bijvoorbeeld met de nieuwe campagne ‘Maak van huiselijk geweld geen geheim. Durf te delen!’

Mensen wakker schudden. Voorkómen dat er steeds weer nieuwe slachtoffers bijkomen. Het geweld achter de voordeur stoppen. De Vrouwenopvang heeft een duidelijke missie. Daarom investeert de Vrouwenopvang in de samenleving, want mishandeling is iets wat ons allemaal raakt. Voorkomen is beter dan genezen; dit geldt ook voor huiselijk geweld.

De Vrouwenopvang voert een meerjaren publiekscampagne, om het taboe op huiselijk geweld te doorbreken. Elk jaar worden activiteiten georganiseerd, die huiselijk geweld zichtbaar en vooral bespreekbaar maken. Dit jaar een nieuwe social media campagne, die mensen stimuleert om hun geheim te delen en erover te praten.

Via Facebook, website en Twitter laat de Vrouwenopvang van zich horen. Je vindt op de site een speciale clip van zangeres Do, een handtekeningenactie voor een Nationaal actieprogramma tegen huiselijk geweld én de oproep om krachtambassadeur te worden. Zangeres Do en musicalster Bertina Holwerda zijn de eerste krachtambassadeurs van de Vrouwenopvang. Zij steunen de campagne en roepen jou op om óók ambassadeur te worden!

Je laat daarmee zien dat je de campagne steunt, je uitspreekt tegen huiselijk geweld én er bent voor vrienden die betrokken zijn bij huiselijk geweld. Hoe het werkt? Like de campagne, gebruik de banner in al je uitingen én steun de roep om een Nationaal Actieprogramma met jouw handtekening.

Samen kunnen we het geweld achter de voordeur stoppen. Door te praten, te delen en er voor elkaar te zijn. Zo halen we huiselijk geweld en het vragen van hulp uit de taboesfeer. En dat is hard nodig.

Meer weten?
Op www.ikdurftedelen.nl vind je alle informatie over de campagne, over krachtambassadeurs én wat je kunt doen tegen huiselijk geweld. Kijk ook eens op onze Facebookpagina: www.facebook.com/Vrouwenopvang. Je kunt de Vrouwenopvang ook volgen via Twitter: twitter.com/Vrouwenopvang.
Elise (22) verbleef al eerder in een Blijf-van-mijn-Lijfhuis. Toen ook haar volgende relatie stukliep en ze het huis uit moest, kreeg ze een eigen kamer binnen een opvangvoorziening.

‘Toen ik hier net kwam voelde ik me schuldig. Ik schaamde me, omdat ik voor de tweede keer in een opvanghuis zat. Dat het weer mis ging. Nu realiseer ik me dat dingen soms gaan zoals ze gaan. Mijn tweede relatie was een lastige. De zwangerschap was niet gepland, maar we zouden de wereld laten zien dat wij een gezin waren. Jammer genoeg liep het anders. Mijn ex raakte gokverslaafd. Joeg al het geld erdoorheen. Aan het einde van de maand konden we onze eigen huur niet meer betalen, en op een gegeven moment moesten we het huis uit. Ik wilde niet weer naar een opvang. Ik wilde mijn zoon een rustige en stabiele omgeving bieden, dus ging ik bij een vriendin wonen. Na zes weken ging ik schoorvoetend naar een opvanghuis. Ik kreeg een kamer toegewezen, liep naar binnen en smeet direct de deur dicht. Ik wilde met niemand contact.'

'Maar ja, dat hou je niet lang vol. Mijn hoofd zal vol shit en dat wilde ik wel eens bespreekbaar maken. Ik zoek regelmatig contact met Henk, onze vertrouwenspersoon. Praten met hem lucht me altijd heel erg op.'

'Het beste wat me hier is overkomen is Francien. Zij zit aan het einde van de gang, met haar man en kind, en is als een echte moeder voor me. Ze luistert, geeft advies en steunt me in alles. Bij haar kan ik uithuilen. Maar we hebben ook veel lol samen. Francien heeft een wijze levensles. Ze zegt altijd: Je hebt een crisis, maak er niet nog eentje bij. Dat is zo waar! Ze probeert er hier echt het beste van te maken. Voor Damian is ze als een oma. Samen hebben we hem leren lopen. Met mijn eigen moeder heb ik weinig. Ik zit hier nu vier maanden en het leven is prima vol te houden. Ik heb een eigen ruimte met een keukenblokje. En voor Damian een apart slaapkamertje. Toch ben ik veel weg. De muren komen hier al snel op je af. Hoe lekker een eigen ruimte ook is, je zit wel in een opvanghuis. Met heel veel verschillende mensen die allemaal hun problemen en eigenaardigheden hebben.'

'Nu het in mijn hoofd weer rustig is, durf ik steeds vaker aan de toekomst te denken. Ik ben bezig met een urgentieverklaring en hoop dat er binnenkort een huisje voor me vrijkomt. Dan ga ik een opleiding tot kraamverzorgster volgen. Ook de liefde durf ik weer aan. Ik ben zelfs verliefd!’

VROUWENOPVANG IN ONTWIKKELING

Tekst: Ronald Sietsma, bestuurder Stichting Wende


De Vrouwenopvang anno 2013 is een landelijk dekkend netwerk van organisaties die zich bezighouden met de aanpak en opvang bij geweld in afhankelijkheidsrelaties. Van organisaties die primair waren gericht op het opvangen van vrouwen en kinderen als slachtoffers van huiselijk geweld, zijn wij expertisecentra geworden die een systeemgerichte aanpak hebben, gericht op het doorbreken en stoppen van geweld. Alle delen van het betrokken systeem zijn in beeld, dat betekent dat wij verder kijken dan alleen naar de verdeling van de rollen van slachtoffer en dader; we kijken ook naar de verantwoordelijkheden die de verschillende leden binnen dat systeem hebben. Veiligheid staat daarbij altijd voorop.

Voor de begeleiding van volwassen en kinderen hebben we methodieken ontwikkeld die uitgaan van de kracht en veerkracht van volwassenen en kinderen om een einde te maken aan het geweld en het leven weer op te pakken. Om een goede begeleiding en opvang te kunnen starten, maken we gebruik van risicotaxatie-instrumenten, maken we veiligheidsplannen en zijn de interventies en gesprekstechnieken gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Die wetenschappelijke basis onder ons werk is de vrucht van samenwerking van de Vrouwenopvang met universiteiten.

Naast het geweld in huiselijke kring, richten wij ons op slachtoffers van mensenhandel, eergerelateerd geweld, genitale verminking en huwelijksdwang. In de vier grote steden worden ook mannelijke slachtoffers opgevangen. Wij werken samen met gemeenten en heel veel partners in de zorg- en justitieketen. Het is ook dankzij die samenwerking, dat we in een groot aantal gevallen effectief een einde kunnen maken aan de spiraal van geweld.

Wat is jouw talent?


Wat kun jij? Welke talenten heb je? Waar ligt je kracht? Essentiële vragen binnen de methodiek Krachtwerk, die het onderzoekscentrum maatschappelijke zorg van het UMC St Radboud samen met de Vrouwenopvang heeft ontwikkeld. Niet langer wordt ingezoomd op het slachtofferschap - op het leed - maar op de positieve mogelijkheden van de cliënten, zonder de problemen te ontkennen. Doel: vrouwen die te maken hebben gehad met huiselijk geweld, een veilig, zingevend en zo zelfstandig mogelijk leven helpen opzetten.

‘Huiselijk geweld doet veel met je zelfbeeld, je zelfvertrouwen en je eigenwaarde’, vertelt directeur Monique Bastinck van Stichting Arosa. ‘Belemmeringen waarop in het verleden binnen de Vrouwenopvang nog al eens de nadruk lag. Wat doet huiselijk geweld met je? Wat hou je er aan over? Et cetera. Hiermee werd passiviteit en neerslachtigheid benadrukt. Er was een omslag nodig. De maatschappij vraagt om empowerment, laten zien wie je bent en wat je kunt. Als Vrouwenopvang lopen we hierin voorop. De vrouwen en kinderen die wij hulp bieden moeten immers weer terug naar die maatschappij. Na hun herstel moeten ze weer zelfstandig kunnen functioneren, relaties opbouwen, inkomsten genereren. Vanuit je kracht heb je hierin veel betere kansen.’

Energie en veiligheid
Krachtwerk hanteert een aantal belangrijke principes, bijvoorbeeld: hoezeer mensen ook beschadigd zijn, er is altijd een mogelijkheid tot herstel; de omgeving van de cliënt is rijk aan steunbronnen; geweld wordt begrepen in de context van het systeem, en de cliënt maakt het verschil. (zie ook kader) ‘Centraal in deze benadering staat de werkrelatie tussen cliënt en begeleider’, zegt Judith Wolf, hoogleraar maatschappelijke zorg, en medeontwikkelaar van de methodiek. ‘Binnen deze werkrelatie moet de energie en de veiligheid ontstaan die nodig is voor de vrouwen om tot hun kracht te komen. De begeleiders zijn hierin het instrument: zij moeten aansluiting vinden bij cliënten en vertrouwen creëren, en dat vergt ook van hen duurzame persoonlijke ontwikkeling en een mentaal sterke houding.’

Het is dus aan de begeleiders om de vrouwen te bewegen hun eigen talenten aan te boren. Dat betekent vragen stellen. Wie ben je ? Wat zijn je dromen? Welke dingen kon je in het verleden goed? Wat kun je nu? Samen met de cliënten wordt een prioriteitenlijst opgesteld. Wat vind jij belangrijk en zinvol in je leven? Van daaruit worden doelen geformuleerd, die weer worden vertaald in een actieplan met kleine stappen. Wolf: ‘De vrouwen krijgen op die manier inzichtelijk hoe ze hun doelen kunnen bereiken, op welke termijn en wat er precies voor nodig is.’ Bastinck: ‘We werken vooral ook heel praktisch. Ben je goed met cijfers? Doe hier dan iets mee. Kun je goed kleding maken? Doe dat dan vooral. Iets goed kunnen geeft zelfvertrouwen, je krijgt complimenten en je voelt je gesteund. Op die manier leer je de positieve dingen in het leven te zien.’

Teamkracht
Het is vaak even wennen voor de vrouwen. Als je jezelf jarenlang hebt weggecijferd, al die tijd te horen hebt gekregen dat je niets waard bent, dan is het lastig om ineens te bedenken waar je goed in bent. Bastinck: ‘Het heeft tijd nodig: we hebben niet de illusie dat we op dag één alle talenten boven water hebben. Nee, eerst herstellen en tot rust komen, pas dan gaan we ontwikkelen en krachten benoemen. We maken uiteindelijk een krachteninventarisatie op tien leefgebieden.’ Wolf en Bastinck noemen beiden het belang van de teamkrachtbesprekingen. ‘Tijdens deze besprekingen leggen professionals hun casussen voor aan collega’s. Samen bespreken ze hun eigen methodische puzzels en wat ze kunnen doen om cliënten te ondersteunen in het bereiken van zelfgekozen doelen. Het is een systeem van professionele reflectie en gevoed worden door elkaar.’

Positieve sfeer
‘Krachtwerk zorgt voor een positieve sfeer’, zegt Bastinck. ‘Een sfeer waarbij je het niet meer hebt over slachtoffers. Je ziet geen zielige mensen, je ziet vrouwen die doen waar ze goed in zijn. En dat levert mooie dingen op. De vrouwen worden bijvoorbeeld mondiger. Logisch: ze worden benaderd vanuit hun kracht. Ze weten ‘ik mag er zijn’, dus mag ik ergens iets van vinden. Dat én doen waar ze goed in zijn geeft zelfvertrouwen en dat maakt dat ze sneller weer ‘op de been’ zijn. Ze hebben iets positiefs in handen wat hun aanmoedigt om verder te gaan met een voor hen zinvol leven.’

Krachtwerk. Positieve sfeer, positieve benadering. Wordt er dan nooit meer over de problematiek gesproken? ‘Natuurlijk wel’, zegt Bastinck. ‘Daar ontkom je niet aan. Problemen en belemmeringen zijn er om aangepakt en opgelost te worden, maar wel vanuit de kracht die je bezit. Als er schulden zijn, dan moet je het daar over hebben. En dan zet je je kracht in om die schulden aan te pakken.’

Krachtwerk gaat uit van de volgende principes:
  • cliënten hebben het vermogen te herstellen, hun leven weer op te pakken en te veranderen.
  • focus op (individuele) krachten en niet op tekortkomingen
  • de cliënt heeft de regie over de begeleiding
  • de (werk)relatie tussen cliënt en hulpverlener komt op de eerste plaats
  • werk in de natuurlijke ‘eigen’ omgeving
  • optimaal gebruik van bronnen en relaties in de ‘eigen’ omgeving

Kijk voor meer informatie over Krachtwerk op: http://www.opvang.nl

Veerkracht: voor de kleintjes


Jaarlijks raken ruim 8.000 kinderen hun thuis kwijt, waarna ze een tijd in de Vrouwenopvang of in de maatschappelijke opvang verblijven. In de opvang zetten professionals zich in voor een goed verblijf voor deze kinderen. Een verblijf dat zo ‘normaal’ mogelijk is en positief bijdraagt aan hun ontwikkeling. Behandeling en begeleiding op maat zijn nodig om die ontwikkeling te stimuleren en om intergenerationele problemen te voorkomen.

Op basis van de aanbevelingen uit het onderzoek ‘Meer dan bed, bad, broodje pindakaas’ (2010)* en in het kader van het Verbeterplan Vrouwenopvang heeft de Federatie Opvang voor kinderen de methodiek Veerkracht ontwikkeld. Veerkracht is een begeleidingsmethodiek voor de kinderen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld en met hun moeder meekomen naar de Vrouwenopvang. Veerkracht is erop gericht om de veiligheid, het welzijn en de ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en geeft hiervoor handvatten en werkprincipes.

De aanpak van Veerkracht is uniek. In de methode staat het kind centraal. Het kind wordt gezien als cliënt en niet meer als ‘met de moeder meegekomen’. Kinderen krijgen dankzij Veerkracht een eigen begeleidingsplan, een eigen veiligheidsplan en aparte aandacht bij de intake. De kinderen worden gescreend om te kijken hoe het met ze gaat en wat ze nodig hebben. Als de veiligheid het toelaat wordt ook de vader betrokken bij de begeleiding en de hulpverlening. Een cliëntenbrochure voor de kinderen, geschreven in hun eigen taal, maakt onderdeel van Veerkracht uit. De methode Veerkracht wordt in 2013 verder ontwikkeld voor de maatschappelijke opvang.
Jarenlang werd Debra (38) geestelijk en fysiek mishandeld door haar (ex)partner. Tot hij ook hun kinderen bedreigde. Ze raapte al haar moed bijeen en vluchtte naar de Vrouwenopvang.

‘Hij troostte me na het overlijden van een dierbare vriendin. Zo begon onze liefde. Twee jaar later was het dezelfde man, die een eerste klap uitdeelde. En het ging van kwaad tot erger. Na de geboorte van ons kind, sloeg hij me op straat in elkaar. Ik deed aangifte en ging bij hem weg. Of ik niet naar het Blijf van m’n lijfhuis wilde, werd me gevraagd. Natuurlijk moest er iets veranderen. Maar om mijn familie, vrienden en vertrouwde omgeving achter te laten? Ik kon het niet.'

'In de daarop volgende jaren werd mijn (ex)partner een agressieve stalker. Hij heeft ingebroken, me aangereden. En nog zoveel meer. Ik heb vaak aangifte gedaan. Smeken om aandacht deed hij continu. Ik was helemaal op en doodmoe van het strijden. In 2009 vroeg hij of ik meeging naar het ziekenhuis. Hij zou ernstig ziek zijn en was heel rustig op dat moment. Ik zag weer de man waar ik ooit verliefd op werd. Misschien onbegrijpelijk, maar de relatie bloeide wat op. Niet voor lang, want vrijwel direct ging het mis. Hij mishandelde me zo erg, dat mijn kaak nog steeds scheef staat. Ook bedreigde hij de kinderen. Zij functioneerden niet meer goed. Dat was de druppel.'

'Hij kreeg een huisverbod, ik vluchtte met hulp van politie en maatschappelijk werk naar de Vrouwenopvang. Code rood was de uitkomst van de screening. En daarom werden we ondergebracht op een geheim adres buiten de regio. Hoe ik er aan toe was? Zwaar depressief, angstig, een posttraumatische stressstoornis. Eerlijk gezegd hoopte ik niet meer wakker te worden. Maar mijn verblijf in de opvang bleek een nieuwe start. Voor mij én mijn kinderen. De veiligheid, intensieve therapie, warmte en nieuwe omgeving hielpen ons enorm. Met vallen en opstaan vond ik mezelf. Zwaar was het wel. Langzamerhand ontdekte ik mijn weggestopte kracht en levenslust. Ik kreeg weer wensen, idealen. Overwon mijn angst en werd weerbaarder. Net als mijn kinderen. Het contact met mijn ex-partner is verbroken, hij wil ook geen omgang met de kinderen. Inmiddels wonen we in een eigen huis en dat gaat goed. Bij de opvang was ik lid geworden van de cliëntenraad, later werd ik belangenbehartiger voor de Vrouwenopvang in Den Haag.'

'Sinds kort heb ik een nieuwe baan bij een schulddienstverlener. Mijn werkgever begrijpt mijn achtergrond en samen ontwikkelen we een programma voor vrouwen uit de opvang die schulden hebben. Ik voel me hierdoor erg gezien. Het geluk is een beetje terug. Net als mijn vertrouwen in de toekomst.’

Veiligheid & Vrouwenopvang: een onafscheidelijk duo


Je veilig voelen. Waar je ook bent. Het is een basisbehoefte van ieder mens. Huiselijk geweld slaat dwars door deze behoefte heen. Kan zelfs levensbedreigend zijn. Veiligheid bieden én herstellen in deze situatie; dát is de corebusiness van de Vrouwenopvang. Maar hoe werkt dit in de praktijk? Directeur Safegroup Jan de Werd over risicoscreening, alarmbellen, veiligheidsplannen en de noodzaak van een keten- en systeemaanpak.

Safegroup in Breda helpt gezinnen die te maken hebben met huiselijk geweld. Ze biedt opvang en begeleiding aan vrouwen, tienermoeders en hun kinderen, kortdurend verblijf bij “time-out trajecten” en ambulante hulp voor gezinnen. Het uitgangspunt: mensen zo mogelijk in hun thuissituatie laten en ambulant begeleiden, tenzij dit onmogelijk is. ‘Veiligheid is namelijk altijd het startpunt van de hulpverlening’, begint Jan de Werd. ‘Het gaat vóór alles bij de aanpak van huiselijk geweld. Een check van de veiligheidsrisico’s is topprioriteit bij elke nieuwe aanmelding.’

Dreiging
De meeste meldingen van (ernstig) huiselijk geweld komen via de politie of het SHG bij de Vrouwenopvang of het regionale Veiligheidshuis. Dit samenwerkingsverband van straf- en zorgpartners en gemeenten, regisseert de aanpak van complexe (gewelds)problematiek. Jan: ‘Hier worden meteen de veiligheidsrisico’s in beeld gebracht, als sprake is van huiselijk geweld. Op welk vlak loopt iemand gevaar? Wat is de dreiging en hoe is deze te minimaliseren? De uitkomst kan bijvoorbeeld leiden tot gebruik van Aware (een mobiel alarmsysteem) in de thuissituatie, een huisverbod voor plegers of tijdelijke opvang.’

Vier keer veiligheid
Veiligheid. Dát is en blijft de rode draad in het gehele hulpverleningstraject. Wat dit concreet betekent bij de Vrouwenopvang? Ten eerste het inschatten van de veiligheidssituatie en (zo nodig) de ontwikkeling van een passend veiligheidsplan, daarnaast aandacht voor fysieke veiligheid in en rond de opvang, investeren in de weerbaarheid van cliënten en medewerkers én werken aan herstel van veiligheid in iemands thuissituatie. Vier keer veiligheid dus… Steeds in overleg en samen met ketenpartners.

Code rood en alarmbellen
Jan: ‘Opvang is niet altijd noodzakelijk. Maar wordt gekozen voor opvang, dan is het nog niet per definitie veilig genoeg. Met de risicoscreening die de sector afgelopen jaren heeft (door)ontwikkeld, kan de Vrouwenopvang snel en systematisch de actuele veiligheidssituatie inschatten. De uitkomst is code rood, oranje of groen. Bij rood gaan alle alarmbellen af, bijvoorbeeld als sprake is van (ex)partners met een vuurwapen. Helaas komt dit steeds vaker voor. In dat geval is vaak opvang elders nodig. De Vrouwenopvang biedt gelukkig een landelijk dekkend netwerk, dat 24/7 beschikbaar is’.

De code en aanwezige dreiging bepalen of een veiligheidsplan op maat nodig is. Is sprake van code rood en opname bij Safegroup? Dan volgen extra maatregelen. Jan: ‘In het veiligheidsplan komen onder meer het signalement van de dreiger, instructies voor de receptie, afspraken zoals wel/niet alleen naar buiten gaan en afspraken met ketenpartners. Alle betrokken medewerkers zijn op de hoogte van een dergelijk plan.’

Open van buiten, veilig van binnen
Gezien de continue aandacht voor veiligheid, is de open uitstraling van veel fysieke opvanglocaties wellicht opvallend. Dat geldt ook voor Safegroup. ‘We zijn zichtbaar en zitten midden in de wijk’, benadrukt Jan. ‘Een heel bewuste keuze. Mensen wegstoppen? Die tijd is voorbij. Het taboe op huiselijk geweld vraagt om een doorbraak. Dit is niet alleen een probleem van slachtoffers en plegers, maar van de hele samenleving.’ Tegelijkertijd is absoluut sprake van doordachte beveiliging van de opvanglocatie. Jan: ‘Rond ons hele gebouw hangen bijvoorbeeld camera’s, de receptie is 24/7 bemand en de sluisdeuren kunnen à la minute dicht. Want linksom of rechtsom; de veiligheid van cliënten en medewerkers staat altijd voorop.’

Agressie
Binnen de opvang van Safegroup wordt ondertussen hard gewerkt aan de weerbaarheid en veiligheid van opgenomen vrouwen en hun kinderen. Er is een uitgebreid trainingsaanbod om de geweldsspiraal te leren herkennen en doorbreken. Jan: ‘Iedere cliënt krijgt een signaleringsplan, om de eigen boosheid en agressie te herkennen en te reguleren. Sommige vrouwen volgen een agressieregulatietraining. Want ook hun eigen agressie kan onveiligheid veroorzaken. Zeker als er kinderen in het spel zijn.’ En dat is niet alles. Want veiligheid raakt óók de medewerkers. Jan: ‘Agressie is soms tegen hulpverleners gericht. Laatst is een van onze medewerkers urenlang gegijzeld door een pleger van huiselijk geweld. Dat heeft een enorme impact. Daarom worden alle medewerkers, van tuinman tot directeur, intensief getraind en is er ook begeleiding en opvang bij dergelijke incidenten.’

Krachten bundelen
Om een geweldsspiraal daadwerkelijk te doorbreken, zijn intensieve ketensamenwerking (regionaal en landelijk) en een systeemaanpak onmisbaar. Jan: ‘Daarom werkt de Vrouwenopvang continu samen met partijen als politie, justitie en OM. In de Veiligheidshuizen, interventieteams en andere verbanden, worden krachten gebundeld om de veiligheid te herstellen en het geweld te stoppen. Niet alleen door het “slachtoffer” te helpen, maar juist door het hele systeem te betrekken waarin iemand zich bevindt. Voor zover dat mogelijk is. Want alleen dán, kan veiligheid echt weer een feit worden.’

De systeemgerichte bril


Ieder mens maakt onderdeel uit van een groter systeem. Het is cruciaal dat hulpverleners oog hebben voor dit systeem. Alleen dan is daadwerkelijke verandering mogelijk in het leven van cliënten. Dit is het uitgangspunt van psychotherapeut Gea Eggink en psychiater Hans de Boer van Fier Fryslân. In gesprek over de kracht en kunst van systeemgericht werken.

Onbegrijpelijk vindt hij het. Dat families nog regelmatig worden overgeslagen in de hulpverlening. Hans de Boer: ‘Mensen die een beroep doen op hulpverleners, hebben een individueel probleem. Tegelijkertijd is iedere cliënt onlosmakelijk verbonden met het systeem waar hij of zij deel van uitmaakt. Daar kun je gewoon niet om heen. En zo wordt een individueel probleem automatisch een systeemprobleem. Waarom vertoont een jong meisje grensoverschrijdend gedrag? Waarom wordt iemand slachtoffer van huiselijk geweld? Het is een reactie op de situatie in hun systeem.’

Gea Eggink: ‘Het systeem betreft de mensen die van wezenlijk belang zijn voor een cliënt. Je spreekt dan meestal over ouders, broers/zussen en bijvoorbeeld grootouders, maar ook over ooms/tantes en goede bekenden. We zien dat onze cliënten altijd loyaal zijn aan hun ouders, ongeacht de situatie. Deze band is ten diepste onverbrekelijk. Zeker kinderen zijn erg loyaal, ze offeren zich op als het nodig is. En dat leidt weer tot bepaald gedrag. Het is cruciaal dat hulpverleners deze loyaliteit erkennen. Vanuit die invalshoek kun je namelijk verandering teweegbrengen.’

Erfenis
Naast de loyaliteit speelt nog iets anders. Gea: ‘Omdat ieder mens onderdeel is van een systeem, krijgt ook iedereen een “erfenis” mee vanuit dit systeem. Vaak zien we dat de geschiedenis zich herhaalt in een familie. Problemen worden dan van generatie op generatie overgedragen. Een vader die zijn dochter misbruikt, is meestal zelf ook misbruikt toen hij jong was. Wanneer je als hulpverlener de loyaliteit én de erfenis van cliënten ziet en onderkent, ontstaat er ruimte voor een nieuwe start. Het is de kunst om een knip te zetten in de intergenerationele overdracht van problemen. Je kijkt dan niet naar een individueel “zielig slachtoffer” dat hulp nodig heeft, maar naar het totale systeem en de dynamiek die daarbinnen bestaat. Ik geloof in systeemproblemen en denk niet in termen als schuldig of onschuldig.’

Veiligheid en vertrouwen
Bij de start van de therapie maken therapeut en cliënt samen een genogram. Daarin worden familieleden benoemd, maar ook de onderlinge verhoudingen, emoties en grote gebeurtenissen zoals scheiding, ziekte of sterfgevallen. Dit geeft een concreet beeld van het betreffende systeem. Zo mogelijk volgen cliënt en ouders (of andere sleutelfiguren) de therapie tegelijkertijd. Hans: ‘Ouders willen vaak details horen. Wat is er precies met jou gebeurd? Wat heb je gedaan, waarom en met wie? Dat is moeilijk voor de cliënt, vaak willen ze niet zoveel kwijt. De cliënt is leidend en bepaalt wat wel of niet wordt verteld. Veiligheid en vertrouwen staan namelijk altijd voorop. De bereidheid om onderling vertrouwen terug te winnen, is vaak groot aan beide kanten. Meestal voelen beiden zich ook schuldig. Wij geven inzicht in hoe hun systeem werkt of heeft gewerkt. En wat ze samen kunnen doen om daarin iets te veranderen.’

Goede resultaten
De focus op het systeem in behandelingen leidt volgens Gea en Hans tot goede resultaten. Gea: ‘We zien bij veel meiden in de opvang dat het verstoorde evenwicht langzaam weer wat in balans komt. En ze beginnen met de verwerking van wat er is gebeurd. De continuïteit in de opvangvoorzieningen verbetert ook. Er is minder verloop en de behandeltrajecten worden beter afgerond. Wel is meer aandacht nodig voor nazorg aan meiden die uit de opvang vertrekken. Wat gebeurt er met hen en blijft het goed gaan? Het is belangrijk om hier verder invulling aan te geven.’

Ultieme droom
Niet iedere cliënt krijgt systeemtherapie of heeft het nodig. Hans: ‘Maar je kunt als hulpverlener wel altijd vanuit de systeemvisie werken en bruggen slaan naar een systeem. Sommige cliënten zijn op de vlucht voor hun systeem en zitten in een zeer onveilige situatie. Het kan zijn dat een systeem niet meer bestaat, omdat ouders bijvoorbeeld zijn overleden. Tóch is het ook in deze situaties mogelijk om systeemgericht te werken. Stoelen in de behandelruimte dienen dan bijvoorbeeld als familieleden of belangrijke bekenden. Wat ons betreft moet focus op het systeem heel gewoon worden in de hulpverlening. Systeemgericht werken verbetert de hulpverlening. Het zou prachtig zijn als hulpverleners bij iedere vorm van diagnostiek en behandeling een systeemgerichte bril opzetten.’

Moeder Anneke Faber:

‘Dit probleem raakte ons hele gezin’


De schrik was groot, vorig jaar zomer. We konden het niet geloven en voelden ons machteloos. Iris, onze oudste dochter, werd misbruikt door een loverboy. Ze was lichamelijk mishandeld en acuut in gevaar. Waarom hadden we dit niet eerder opgemerkt? Wat was er precies aan de hand?

Iris kwam bij opvang Asja van Fier. Onze andere kinderen begrepen er niets van, vonden het raar en moeilijk. Misten hun zus. Het gevoel van veiligheid was weg, bij iedereen. Toen we werden uitgenodigd voor gezinstherapie bij Fier, twijfelden we geen moment. Natuurlijk wilden we dat. Iris heeft vanaf haar pubertijd al psychische problemen, ze kreeg ook al enkele jaren hulp. Ze heeft moeite met hechting, is erg gesloten en kan zich slecht uiten. Echt contact maken lukt nauwelijks, daardoor missen we als ouders ook dingen. Het is moeilijk te peilen wat haar beweegt. Wat wilden we haar graag begrijpen en ons contact verdiepen. Mijn man en ik gingen samen met Iris in therapie bij Fier.

Wat is waar ?
Schuldgevoel; dat speelde meteen op. Heb ik mijn kind wel voldoende weerbaar gemaakt? Wat had ik anders kunnen doen? Therapeut Gea was heel duidelijk: Jullie zijn niet schuldig, hebben niets verkeerd gedaan. Schuldgevoel is ook niet productief. Ze liet ons inzien dat ouders veel kunnen investeren in hun kind, maar toch niet alles in de hand hebben. Iris kreeg namelijk de diagnose PDD-NOS en we ontdekten dat haar werkelijkheid soms anders is dan de onze. Ze heeft absoluut nare dingen meegemaakt, maar sommige verhalen konden feitelijk niet waar zijn. Wat is waar? Gea leerde ons dat er meerdere waarheden zijn en dat we daarmee moeten leren leven. De therapie heeft ons absoluut geholpen. Iris kreeg de ruimte om haar gedachten en ervaringen bespreekbaar te maken. Ondertussen leerde ze veel bij Asja en kwam ze gelukkig los van de loverboy. Voor ons als ouders was de therapie een waardevolle mogelijkheid om meer contact te krijgen met Iris. Om meer zicht te krijgen op wie zij is, wat haar beweegt en wat PDD-NOS met haar doet. Maar hoe moeilijk het ook is, Iris laat zich ten diepste niet in haar hart kijken. Terwijl we tegelijk voelen dat onze band met haar onverbrekelijk is. Gea heeft ons geholpen om een beetje te accepteren wat wij niet kunnen veranderen.’

Bron: Fierkrant. www.fierfryslan.nl
Plegers van huiselijk geweld mishandelen vaak ook het huisdier, ze zetten het huisdier in als wapen of gebruiken het als chantagemiddel om een slachtoffer te manipuleren. Dit blijkt uit onderzoek van Kadera onder huisdierbezitters in de Vrouwenopvang. De belangrijkste feiten op een rij:

  • Een derde van de mishandelde vrouwen (33%) rapporteert dat de (ex-)partner wel eens heeft gedreigd één van de huisdieren pijn te doen.
  • Ruim de helft (55%) verklaart dat de (ex-)partner het huisdier daadwerkelijk heeft pijn gedaan of gedood.
  • Vaak heeft de dierenmishandeling over een periode langer dan zes maanden plaatsgevonden, met meer dan zes incidenten.
  • Veelal betreft de mishandeling het slaan, schoppen of gooien van dieren, maar ook andere uitingsvormen zoals seksueel misbruik of verwaarlozing van het huisdier worden genoemd.
  • Het blijkt dat kinderen in 60% van de gevallen getuige zijn geweest van de dierenmishandeling.
  • Een klein deel van de vrouwen (11%) noemt dat de (ex-)partner de hond op haar heeft afgestuurd om haar te bezeren.
  • Bijna alle mishandelde dieren hebben onder behandeling van een dierenarts gestaan. Desondanks zijn er vrijwel geen melding van dierenmishandeling gedaan.
  • Een groot deel van de vrouwen uit de opvang (41%) heeft de vlucht uitgesteld vanwege zorgen om de huisdieren.
  • Vrouwen, kinderen en dieren blijven langer in gevaarlijke, gewelddadige situaties dan nodig vanwege het gedwongen moeten achterlaten van de huisdieren.

Dit onderzoek is uitgevoerd door Kadera in samenwerking met Universiteit Utrecht en de Hondenbescherming. Meer weten? Download hier het onderzoeksrapport .
Merel (28) werd geestelijk mishandeld door haar man. Toen ze uiteindelijk ook door hem werd geslagen vertrok ze samen met haar zoontje.

‘Ik kende hem al jaren voordat we een relatie met elkaar kregen. We werden verliefd en acht maanden later trouwden we. Al snel kwam onze zoon en verschenen de eerste barstjes in ons huwelijk. Mijn geliefde veranderde langzaam in een vreemde. Hij kleineerde me door mijn gevoel als onzin te bestempelen en de vernederingen werden erger. Ik werd geestelijk kapotgeslagen. Als iemand je zo onderdrukt dan word je iemand zonder normen en waarden, zonder principes. Dat is mensonwaardig. Het is raar. Lichamelijk geweld is zichtbaar, psychische mishandeling niet. Een klap doet zeer, maar koelt af. Woorden maken je kapot. Ik werd onzeker. Dacht dat het aan mezelf lag. Hoe kon het anders dat ik zo vernederd werd?'

'Ik riep om hulp. Ik schreeuwde. Steeds harder. En overal bleven de deuren gesloten. Moest ik dan toch maar bij hem blijven? Het machtsspel meespelen? Het zou me breken en dat was het laatste dat ik wilde. Ondertussen ging het geweld door. Het werd erger en bleef niet meer bij woorden. Dat was voor mij de druppel. Ik pakte mijn zoon en een koffertje en vertrok.'

‘Er zijn dagen dat ik in dit huis zit en denk: Is dit het dan? Maar ik kan het snel omzetten in: Dit is het dan. Dat is krachtiger.’


'Uiteindelijk kwam ik in een opvangvoorziening terecht. Ik was inmiddels gebroken en zocht rust. Meer niet. En toen kwam mijn maatschappelijk werker met de mededeling dat ze een gesprek met mijn man wilden. Ik dacht dat ik gek werd. Ik leefde al die tijd in een hel, had eindelijk een plek gekregen om tot rust te komen en dan gaan ze contact met hem opnemen. Achteraf is het goed geweest. Tijdens mijn verblijf in de opvang zag ik in dat contact met de vader van mijn kind onvermijdelijk is. Hij blijft vader en hoort, zolang het veilig en vertrouwd is, in het leven van zijn kind.'

'Inmiddels zijn we een paar maanden verder. De scheiding is geregeld. Er is een voorlopige voorziening voor de omgang met ons kind en ik heb een eigen huisje. Mijn leven staat weer op de rit. En ik kan weer terug naar mijn werk. Ik wil een onafhankelijke vrouw zijn die goed voor haar kind kan zorgen. Hij is het belangrijkste in mijn leven. Natuurlijk blijven de twijfels. En de verwarring. Er zijn dagen dat ik in dit huis zit en denk: Is dit het dan? Maar ik kan het snel omzetten in: Dit is het dan. Dat is krachtiger.’

Samenwerking in de keten

Door: Mariëtte Christophe, programmaleider Landelijk Programma Huiselijk Geweld en de Politietaak


‘De Vrouwenopvang is een van de voorlopers in de aanpak van geweld tegen vrouwen. Midden 70’er jaren ontstond de lobby, die continu aandacht vraagt voor dit onderwerp. De politie heeft sinds 2003 een programma Huiselijk Geweld, om daarmee het grote geweldsfenomeen waar vrouwen, kinderen en mannen slachtoffer van zijn, te verminderen.

Nog maar sinds 2011 gaan alle incidenten Huiselijk Geweld rechtstreeks naar de Steunpunten Huiselijk Geweld. Deze hebben ook nauw contact met de Vrouwenopvang. Politie en OM doen samen het strafrechtdeel, de SHG’s coördineren de hulp aan het gezin. Het strafrecht kan voor plegers een stok achter de deur zijn, om hun gedrag te veranderen en de agressie te reguleren. Want niemand wil graag naar de gevangenis.

Met de komst van de Veiligheidshuizen, staan Politie ( wijkagenten), OM en hulpverlening in verschillende regio’s klaar om een gezin verder te helpen. Het is belangrijk dat vrouwen en kinderen veilig zijn in de Vrouwenopvang. Intensieve risicoscreening en eventueel overleg met OM en Politie zijn dan ook cruciaal. Slachtoffers die tijdelijk extra zware beveiliging nodig hebben, kunnen in het Stelsel Bewaken en Beveiligen worden geplaatst. Dit gebeurt onder verantwoordelijkheid van het OM. Daarnaast kunnen slachtoffers samen met de Vrouwenopvang en gemeenten een AWARE kastje aanvragen; een druk op de knop waarschuwt direct de politie. Dit wordt meteen een prioriteit 1 melding, waarbij de politie snel ter plaatse gaat. Zo zijn al meerdere ernstige incidenten voorkómen.

Jaarlijks komen circa 95.000 incidenten Huiselijk Geweld binnen bij de politie. Betreft het een prioriteit 1 of 2 melding? Dan gaat de politie direct ter plaatse. De pleger wordt eventueel aangehouden (circa 16.000 per jaar), de zaak wordt met zoveel mogelijk bewijs afgehandeld en de hulpverlening krijgt een seintje. Het is ook mogelijk om een huisverbod op te leggen (ruim 3000 per jaar). Alles gebeurt met een duidelijk doel: huiselijk geweld stoppen én voorkómen. Want HUISELIJK GEWELD IS NIET NORMAAL!’

Wethouder Henk Kok over het programma Aanpak geweld in huiselijke kring:


‘We zetten ons in voor mensen die net dat duwtje in de rug nodig hebben’


De Federatie Opvang werkt samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in het programma ‘Aanpak geweld in huiselijke kring.’ Het doel van dit programma is ervoor zorgen dat de gemeenten in Nederland onderling en met de ketenpartners goed samenwerken, zodat er betere hulp komt voor de slachtoffers van geweld in huiselijke kring.

Er zijn in Nederland 35 centrumgemeenten vrouwenopvang. Het is de bedoeling dat deze centrumgemeenten het voortouw nemen in de ontwikkeling van regiovisies ‘Aanpak geweld in huiselijke kring’. In deze regiovisies staan de plannen van de gemeente hoe huiselijk geweld te voorkomen en aan te pakken. Ook beschrijven ze de afspraken die de gemeenten landelijk met elkaar maken om ervoor te zorgen dat geen slachtoffers tussen wal en schip vallen. Bijvoorbeeld als er opvang nodig is op een zeer geheime locatie.

Henk Kok is wethouder voor GroenLinks in de gemeente Arnhem. Hij beheert de portefeuilles welzijn, zorg, WMO en ook de wijkaanpak. Henk Kok heeft al een lange carrière als lokaal bestuurder: sinds 1990 heeft hij verschillende wethoudersfuncties vervuld in Aalten, Winterswijk en nu dus in Arnhem. Henk Kok maakt deel uit van de bestuurlijke klankbordgroep van het programma Aanpak geweld in huiselijke kring. ‘Ik wil me inzetten voor mensen die het in deze samenleving minder getroffen hebben en die net dat duwtje in de rug nodig hebben.’

Hoe belangrijk is het programma Aanpak geweld in huiselijke kring?
Twee jaar geleden nam ik deel aan een ronde tafel gesprek in de Tweede Kamer over de aanpak van huiselijk geweld. Ik merkte toen dat er grote scepsis was onder de Kamerleden of de gemeenten dit werk wel aankunnen. We zijn toen met het idee gekomen om voor die aanpak regiovisies te maken. Daarin werken centrumgemeenten en regiogemeenten samen. Dit programma helpt om duidelijk te maken dat de gemeenten die taak dus wel degelijk aankunnen. Het is ook een stap op weg om kwetsbare mensen te ondersteunen en te helpen hun leven weer op de rails te krijgen. Professioneel en met alle warmte die ze nodig hebben. Als wethouders van de centrumgemeenten vrouwenopvang hebben we dit jaar goede afspraken gemaakt. Het hoofddoel is om onze burgers eerst zelf goed te helpen. Lokaal. En als opvang om een bijzondere reden in een andere stad nodig is, dan regelen we dat.

Is deze samenwerking van 35 centrumgemeenten een bestuurlijke innovatie?
We werken als gemeenten natuurlijk wel vaker samen, bijvoorbeeld bij de Stedelijke Kompassen voor de maatschappelijke opvang . Ook als de Jeugdzorg naar ons toekomt, zullen we tot onderlinge afspraken komen. Er zullen dan bovenregionale voorzieningen nodig zijn. Maar inderdaad, deze vorm is nieuw – we laten op deze manier aan de landelijke politiek zien dat we deze decentralisatie aankunnen.

Vraagt de aanpak van huiselijk geweld om aparte aandacht?
Ik ben tegen verbijzondering van de hulpverlening. Dus ook bij de aanpak van huiselijk geweld. Daardoor ontstaan kolommen en werken mensen niet meer met elkaar samen. Het programma Aanpak geweld in huiselijke kring is voor mij ook een hulpmiddel om die verbijzondering te voorkomen. In Arnhem geloven we sterk in de wijkaanpak. We onderscheiden in Arnhem acht wijken en formuleren de maatschappelijke opgaven die er liggen. Op basis daarvan maken we wijkactieplannen waarin iedereen duidelijk z’n eigen verantwoordelijkheden heeft voor het boeken van resultaten: bewoners, corporaties, gemeentebestuur, ondernemers en instellingen. We laten via een vorm van maatschappelijke aanbesteding bepalen welke instelling of ondernemer de opdracht krijgt. Het is daarbij heel belangrijk dat een instelling laat zien dat hij de samenwerking in de keten vooraf al geregeld heeft. Anders komt hij er gewoon niet in. Dat geldt ook voor huiselijk geweld problematiek.

Huiselijk geweld heeft toch bijzondere aspecten, veligheid…
Nogmaals, ik wil niet verbijzonderen. Je moet zoveel mogelijk voorkomen dat mensen in een klinische setting komen. Lees het Advies van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) over de ondersteuning van kwetsbare gezinnen. Zij noemen het ‘ontzorgen’. Daar geloof ik sterk in. Hulp dicht bij huis, ontschot, dat is ook beter voor de mensen zelf. En als ze dan toch in de opvang komen, maak die tijd dan zo kort mogelijk. Je moet bij de opvang, en dat geldt voor zowel de maatschappelijke opvang als de vrouwenopvang, streng aan de voordeur zijn, maar als de veiligheid in het geding is gaat ‘ie natuurlijk even wagenwijd open. De deuren bij de uitgang staan daarentegen wagenwijd open. Dat werkt hier in Arnhem steeds beter. Ik voer daarover ook goede gesprekken met de vrouwenopvang. Zij zien ook het belang van zoveel mogelijk ambulant werken en kortere trajecten. Daarin vinden we elkaar. Ze doen het al.

Mariëtte van Dorst, Raad van bestuur Stichting Moviera


Fundamentele vragen


‘Opvang is geen doel op zich. Niemand verlaat graag eigen huis en haard. Je moet de opvang daarom ook zo kort mogelijk houden. Dat ben ik met Henk Kok eens. Deze tijd van nieuwe verantwoordelijkheden voor gemeenten en veldpartijen, met daarbij ook nog eens de bezuinigingen, vraagt om het durven stellen van fundamentele vragen. Doen we wel de juiste dingen, nemen we niet teveel verantwoordelijkheden van de cliënten over? Het moet niet gaan om ‘zorgen voor’, maar om ‘zorgen dat’… Het is natuurlijk terecht dat we de cliënten zoveel mogelijk in de eigen omgeving moeten helpen. Daar waren we in de vrouwenopvang al mee bezig, zoals met ambulante begeleiding en begeleide terugkeer of samen geweldloos verder.

Ik zie natuurlijk de ontwikkeling die is ingezet door Welzijn Nieuwe Stijl en de transities die op de gemeente afkomen. Deze ontwikkelingen zijn voor de vrouwenopvang een kans. Wat we in Gelderland doen is het ondersteunen van de generalisten die in de wijken of dorpen actief zijn. Door het bieden van trainingen gericht op het leren signaleren van problemen die te maken hebben met huiselijk geweld, het huiselijk geweld bespreekbaar maken en kunnen handelen.

Als je dat goed doet, dan merken we dat deze werkers in de eerste lijn vanzelf het moment zien wanneer een beroep nodig is op onze expertise. Dit kan ambulante begeleiding in groepen of individueel zijn. Dat gaat goed en daar geloof ik ook in. Dat vraagt van deze generalisten overigens een goed inzicht wanneer de inzet van onze expertise nodig is om verdere escalatie of recidive te voorkomen.

Escaleert de situatie toch en komen de mensen bij ons, dan beginnen we eerst met een gedegen analyse. Nog geen hulpverlening. Eerst goed in kaart brengen wat de problemen zijn, wat wil de cliënt zelf daaraan doen, wat kunnen wij bieden en daarna maakt de cliënt de keuze waar zij mee aan de slag wilt gaan. De cliënt behoudt zelf de regie en is zelf ook mede verantwoordelijk dat het doel in de afgesproken periode gerealiseerd wordt. Dat kan je pas doen na een goede analyse, de cliënt haar kracht/mogelijkheden ziet en zij expliciet de keuze maakt voor het gekozen traject. Deze trajecten zijn zo kort mogelijk en bij voorkeur in de eigen omgeving van de cliënt.

Wat daar in deze tijd ook bij hoort is transparantie aan de cliënt, de samenleving en je financier wat je doet. We zitten middenin een proces om dit via trajectfinanciering inzichtelijk te maken. Deze systematiek delen we graag met onze collega’s. We zijn er op een goede manier mee in overleg met de gemeenten Apeldoorn, Arnhem, Nijmegen en Ede. Het is geen financieel kunstje, maar een proces waar je als organisatie als geheel doorheen gaat. Het heeft ons veel nieuwe inzichten gegeven. Ook veel inspiratie en die hebben we als vrouwenopvang ook nodig om de komende jaren goed in te gaan.’

Jan Laurier, Voorzitter Vereniging Federatie Opvang:


‘Veilige opvang – altijd, waar en wanneer dan ook’


Jan Laurier is voorzitter van de Vereniging Federatie Opvang. Hij is lid van de Stuurgroep van het Programma Aanpak Geweld in Huiselijke kring, samen met het ministerie van VWS en de VNG. Een unieke samenwerking waarin rijk, gemeenten en de vrouwenopvang tot een doeltreffende aanpak van huiselijk geweld willen komen.

Waar draait het om bij de aanpak van huiselijk geweld?
‘Hoe eerder je er bij bent – hoe beter het is. Als er in een relatie of gezin geweld dreigt zijn er alleen maar verliezers. En zeker als er kinderen bij betrokken zijn: dan kan de schade levenslang zijn. De vrouwenopvang zet al haar energie in om huiselijk geweld te voorkomen. En als het erop aankomt, is opvang nodig. Door een wijkgerichte aanpak kunnen goed toegeruste professionals veel schade voorkomen. Maar we moeten niet vergeten dat huiselijk geweld een groot landelijk probleem is.

Nog steeds zijn er ieder jaar meer dan 200.000 mensen slachtoffer van ernstig en frequent huiselijk geweld. Jaarlijks worden 118.000 kinderen mishandeld. 33% van de slachtoffers van moord- en doodslag in Nederland komt om het leven door huiselijk geweld: gemiddeld ruim 50 personen per jaar. Maar opvang is geen doel op zich. Liever draaien we de zaken om en blijven moeder en kinderen gewoon thuis wonen. Dat is beter voor hen. Het is ook sociaal rechtvaardig. Het is niet juist dat de pleger in een ruim huis achterblijft en dat de slachtoffers naar een krappe opvangplek toe moeten. Dat is de wereld op zijn kop.

Wat wil de Federatie Opvang in dit programma bereiken?
De Federatie Opvang is één van de initiatiefnemers voor het programma Aanpak geweld in huiselijke kring. We werken hierin goed samen met de VNG. We hebben ieder onze eigen speerpunten. Voor de Federatie Opvang is het essentieel dat, in welk stelsel dan ook, slachtoffers waar dan ook in Nederland een veilige opvang kunnen krijgen. Dat ze dan niet tegen muren of ingewikkelde indicatiestellingen oplopen.

We leven ook in een tijd dat van de burger gevraagd wordt eerst zelf zijn problemen op te lossen en dat ze niet te snel dure hulp in te roepen. Ja, dat kan zeker in een aantal situaties. Bij huiselijk geweld moet je goed oppassen. De problematiek is vaak verborgen en jaren lang toegedekt. We vinden het belangrijk dat de mensen in ‘de eerste lijn’ goed toegerust zijn om de signalen die duiden op huiselijk geweld op tijd te herkennen. De vrouwenopvang is graag bereid daaraan bij te dragen vanuit de expertise die door de jaren heen is opgebouwd. Door het geven van trainingen bijvoorbeeld aan deze hulpverleners.

Vanuit goede samenwerking met veel ketenpartners zal het ook mogelijk zijn om op tijd in te grijpen als er escalatie van geweld dreigt. Tot slot vinden we het belangrijk dat er tussen de vrouwenopvang en de gemeenten overeenstemming is welke specialismen beter landelijk geregeld kunnen worden. Soms is een bepaalde problematiek zo specialistisch dat die niet overal in Nederland beschikbaar hoeft te zijn.

Gaat deze samenwerking resultaten opleveren?
Ik ben hoopvol gestemd dat we onze doelen zullen bereiken. De wethouders van de centrumgemeenten vrouwenopvang hebben al een duidelijk statement afgegeven: we staan voor onze verantwoordelijkheid. We willen tot afspraken komen. Dat is belangrijk nu we in dit project pas goed uit de startblokken zijn gegaan.

HET ZANDLOPERMODEL

Marie-José Spithoven, bestuurder Moviera


‘Bij huiselijk geweld is vaak sprake van een geweldsspiraal; zonder ingrijpen escaleert het geweld. Vroegtijdig signaleren en ingrijpen is dus cruciaal, om te voorkómen dat vrouwen, mannen en kinderen hun huis moeten verlaten en veilige opvang nodig hebben. De zandloper laat per geweldsfase zien, welk samenhangend aanbod beschikbaar is. Daarbij staat de (zorg)behoefte van cliënten altijd centraal. Van preventie en advies, tot opvang en nazorg; in iedere fase is er hulpaanbod vanuit de Vrouwenopvang en Steunpunten huiselijk geweld (SHG). In het Veiligheidshuis stemmen strafrecht- en zorgpartijen samen af, welk (hulp)aanbod passend is bij de specifieke situatie van een gezin. Daarbij wordt gekeken naar het hele systeem: slachtoffer, pleger en eventueel aanwezige kinderen. Het gaat om een passende combinatie van justitiële maatregelen, dwangmiddelen (zoals huisverbod) én hulpverlening door de Vrouwenopvang en SHG’s. De organisatie en uitvoering gebeurt op het niveau van gemeenten of centrumgemeenten; dit is afhankelijk van de geboden hulp.’
De Irakese Zahira (16) zat samen met haar zusjes maandenlang opgesloten in huis, waar hun vader en broer de scepter zwaaiden. Op een dag liepen ze samen weg.

‘Ik ben gedwongen naar Nederland verhuisd. Mijn vader en broer wilden hier naartoe en ik moest mee voor het huishouden. Verschrikkelijk vond ik het. Boodschappen doen, het huis schoonmaken en koken. Dat waren mijn plichten. Verder moest ik vooral mijn mond houden. Vaak ging de deur op slot, zodat ze zeker wisten dat ik niet naar buiten kon.'

'Op een dag besloten ze mijn zusjes ook naar Nederland te halen. Ik voelde me blij en boos tegelijk. Blij omdat ik mijn zusjes weer zou zien, maar ook zo verschrikkelijk boos, omdat ik wist dat hen hetzelfde lot te wachten stond. Vanaf het moment dat zij kwamen, werden mijn vader en broer steeds strenger. De deur ging op slot. Mijn zusjes zijn nooit buiten geweest. Op een avond waren ze het zat. Ze wilden weglopen, maar ik durfde niet. Toch zijn we gegaan. Doodeng. We spraken geen Nederlands en hadden geen idee waar we naartoe moesten. Eén ding wisten we zeker, dat was dat we nooit meer terug wilden.'

'We hebben ons die nacht in een speeltuin verstopt. De volgende dag liepen we uren en uren, op zoek naar een politiebureau. Die vonden we en uitgeput deden we ons verhaal. We mochten een nachtje blijven, maar het was wel de bedoeling dat we terug zouden gaan. Teruggaan? Ik schrok me dood. Dat konden ze toch niet menen? Het duurde uiteindelijk elf dagen voordat er een besluit over ons genomen werd. Ik ben nog nooit zo bang geweest. Teruggaan betekent in onze cultuur dat iemand wraak zou nemen. Of ons zou vermoorden. ‘Alles is zo veranderd. Soms kan ik het bijna niet geloven. Sinds we hier wonen, krijgen we aandacht. En liefde. Heel veel liefde.’

'We hebben geluk gehad. Tijdens een gesprek tussen mijn vader en Bureau Jeugdzorg misdroeg mijn vader zich. Ineens begreep iedereen de ernst van de zaak. We kregen een anoniem opvangadres. Eindelijk een plek waar we veilig waren. Waar niemand ons zou slaan, waar we niet bang hoefden te zijn.'

'Alles is zo veranderd. Soms kan ik het bijna niet geloven. Sinds we hier wonen, krijgen we aandacht. En liefde. Heel veel liefde.'


'Ik beschouw mijn begeleiders en mentoren en de andere meiden als mijn familie. Ik zit hier nu bijna een jaar. Dat ga ik heel bewust vieren. Want voor mijn gevoel word ik één jaar. Hier is mijn leven begonnen.’

‘Ogen open en benen dicht’

Lian Smits, Bestuurder Kompaan en De Bocht


Een tijdje geleden was onze organisatie betrokken bij een themadag over loverboys op een middelbare school. De school had deze activiteit gepland omdat er op hun school stevige problemen speelden met een loverboynetwerk. Bij een workshop voor ‘Loesje uitspraken’ voor leerlingen, kwam een van de deelnemers tot de treffende uitspraak: ‘Loverboys; ogen open en benen dicht’. De uitspraak zou niet misstaan binnen het echte Loesje-aanbod, hij geeft bovendien aan hoe goed en hoe snel de kern van problematiek te snappen is.

In de opdracht, de missie, van onze organisatie hebben we opgenomen dat we onze kennis van ‘complexe hulpvragen’ op het gebied van veiligheid en ontwikkeling (kindermishandeling en huiselijk geweld, ontwikkelingsstoornissen en meervoudige gezinsproblematiek) ook inzetten ‘aan de voorkant’. Dit om een bijdrage te leveren aan het voorkomen van deze problematiek.

We geven voorlichtingen, bieden trainingen aan en proberen een bijdrage te leveren aan de kennis en weerbaarheid van mensen. Wij zien dit als een onderdeel van het versterken van eigen kracht van mensen, en het mede vormgeven van een civil society; een maatschappij die een stevige basis heeft voor al haar burgers.

Wij denken dat we vanuit onze specialistische kennis een belangrijke toegevoegde waarde hebben in het veld van preventie. Onze kennis, het betrekken van ervaringsdeskundigen en de vaardigheid om ingewikkelde thema’s als seksualiteit en geweld te bespreken, leveren belangrijke ervaringen op. Het op tijd erkennen en herkennen van ‘rottigheid’, zowel door mensen zelf als door mensen in hun omgeving, is het begin van zelf op de been blijven. Met steun van de mensen om je heen, of door tijdig te herkennen dat je goede hulp nodig hebt.

‘Het op tijd herkennen én erkennen van rottigheid; dat helpt om op de been te blijven’


Zolang onze cliënten nog lange voorgeschiedenissen hebben van moeilijkheden in hun jeugd of in hun leven, moeten we heel veel investeren in goede kennis aan de voorkant; om weerbaarheid en kracht te vergroten, of om te herkennen dat er vlot deskundige hulp moet worden ingezet.

Onze organisatie is een fusieorganisatie van jeugdzorg en vrouwenhulpverlening. Toen we fuseerden en de beide cliëntenraden om advies vroegen over de voorgenomen fusie, kwamen we bij de cliëntenraad van de Jeugdzorgpoot een moeder tegen die de fusie een geweldig plan vond. Ze was zelf ooit in de vrouwenhulpverlening beland en haar dochter van zestien volgde nu een kamertrainingstraject bij de jeugdzorg. Voor het geval dat haar dochter ook een foute vriend zou treffen, was het toch wel heel goed, dat de jeugdzorg en de vrouwenhulpverlening alvast gefuseerd waren, zo zei ze, want dan kon de hulpverlening gewoon doorgaan.

Natuurlijk hebben we erover gesproken dat we toch met z’n allen in moeten zetten op zelfstandigheid en weerbaarheid van haar dochter. Zodat we in ieder geval kunnen voorkomen dat zij dezelfde lijn als haar moeder volgt.

Preventie dus. Goede kennis en voorlichting in de basis van het maatschappelijk leven en herkennen wanneer de algemene maatschappelijke basis ontoereikend is (zorgen voor versterking van het gezin, aangevuld met hulpverlening als dat moet). En dit alles vlot en snel. Beter snel herkennen en deskundig oppakken dan jarenlang aanmodderen en wachten tot het echt uit de hand is gelopen.

Preventie dus. Een heel goede basis waardoor veel mensen het redden, en dichtbij deskundige hulpverlening om vlot in te zetten en bekende risico’s te voorkomen. Preventie dus. Om te voorkomen dat er tweede (of derde) generatieproblematiek ontstaat.

Vrouwenopvang in de wereld

Trijntje Kootstra, Consultant Federatie Opvang Internationaal: Veiligheid, Vrouwen en Kinderen


We zitten met 25 vrouwen en een enkele man opgepropt in een klein kantoor ergens in Istanbul. De bevlogen Turkse directrice van deze ultrageheime Vrouwenopvang vertelt hoe zij en haar team sinds 1995 slachtoffers van huiselijk geweld opvangen die met de dood worden bedreigd. Veel is anders dan in de Nederlandse Vrouwenopvang, maar er is ook veel herkenning.

In een andere kamer wachten acht vrouwen en hun kinderen ons op met feestelijk geserveerde zoete Turkse thee en koekjes. Zij zijn net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen. We maken kennis met een jonge, hoogopgeleide vrouw die, voordat ze hier terecht kwam, een eigen bedrijf in import en export had. Nu schuilt ze voor haar gewelddadige man en wordt ze binnenkort overgeplaatst naar een andere geheime locatie, voor haar eigen veiligheid. Waar dat zal zijn weet ze niet; contact met haar familie kan ze niet meer onderhouden. Het zijn lange dagen in de Vrouwenopvang, waar wachten en geduld hebben een belangrijke plaats innemen. Haar ogen beginnen echter te glinsteren als ze ons een prachtige sprei laat zien die ze zelf heeft gemaakt. Hij is van professionele kwaliteit en voor haar een nieuw begin, wie weet zelfs van een nieuw bedrijf.

Vlak voordat we vertrekken schiet de directrice haar collega’s uit Nederland aan. Hoe wij omgaan met preventie van burn-out bij de staf? Want het werk is zwaar en het verloop onder de medewerkers is groot. Dit korte bezoek aan de dagelijkse werkelijkheid achter alle officiële rapporten over huiselijk geweld is het hoogtepunt van het expert seminar dat van 8-10 februari in Istanbul werd gehouden. Vertegenwoordigers van Nederlandse en Turkse Ministeries en maatschappelijke organisaties hebben drie dagen met elkaar van gedachten gewisseld over hoe zij elkaar kunnen ondersteunen in de bestrijding van huiselijk geweld. Afspraken zijn gemaakt, contacten uitgewisseld. Er komt een vervolg, zoveel is al zeker.

Dit is één van de aspecten van ‘Vrouwenopvang in de wereld’. In Nederland is veel expertise rondom huiselijk geweld aanwezig en in het verleden heeft de Nederlandse Vrouwenopvang bijvoorbeeld Turkse collega’s ondersteund in het Dove project. Toch is de internationale uitwisseling en samenwerking nog bescheiden te noemen. Binnen Federatie Opvang Internationaal werken elf instellingen voor Vrouwenopvang samen om die uitwisseling en samenwerking te stimuleren. Het nadrukkelijke doel daarbij is om niet alleen kennis naar het buitenland te brengen, maar zeker ook te halen. Want wij kunnen ook veel leren van bijvoorbeeld de Vrouwenopvang in Istanbul. Naast Federatie Opvang Internationaal timmert de Federatie Opvang ook op andere terreinen internationaal aan de weg. Wij zijn bijvoorbeeld nauw betrokken bij het Global Network of Women’s Shelters en het Europese netwerk Women Against Violence in Europe (WAVE). Alle initiatieven samen leiden tot kwaliteitsverbetering van ons dagelijkse werk.

vo-internationaal.blogspot.nl

Multifocus


Een slimme combinatie van crisishulp, systeemgerichte hulp en ketenaanpak. Plus een “intensief casemanager”, die daadkrachtig aansluiting zoekt bij de doelgroep én intensief samenwerkt met ketenpartners. Het zijn de ingrediënten van Multifocus, een methode voor de aanpak van huiselijk geweld. Ontwikkeld door Matthieu Goedhart van de Mutsaersstichting in Venlo. Uit onderzoek blijkt dat Multifocus wérkt.

De methode is ontstaan vanuit de praktijk, bij de invoering van de Wet tijdelijk huisverbod. Multifocus combineert diverse inzichten en onderzoeksresultaten. Onder meer wat betreft de ketenaanpak (onderzoeksrapport kindermishandeling van Onderzoeksraad voor Veiligheid, 2009), de systeemgerichte aanpak (onderzoek Smith Slep & O’leary, 2005 en 2007) en de centrale rol van de intensief casemanager (Hoogendam & Vreenegoord, 2007). Het bureau Van Montfoort onderzocht de werking van Multifocus. Uit het onderzoek blijkt dat in de gezinnen veel complexe problemen voorkomen, zoals psychiatrische problematiek en verslaving. De intensief casemanager komt naar voren als een sterke professional, die respectvol en krachtig aansluiting vindt bij de complexe doelgroep. Zijn werkwijze is een combinatie van bemoeizorg en “gezinsgerichte aanpak van huiselijk geweld”. Hij doet wat nodig is en kan cliënten in veel gevallen empoweren. Cliënten zien deze casemanager als de centrale figuur in de hulpverlening. Ze zijn vrijwel allemaal enthousiast over het werk en de inzet.

Het onderzoeksrapport Multifocus werkt! Werkt Multifocus? is te bestellen bij de Mutsaersstichting: info@mutsaersstichting.nl, www.mutsaersstichting.nl

De Veilige Veste


Fier Fryslân heeft een nieuw opvangconcept voor jonge vrouwen, die vluchten voor intimidatie, ernstige bedreiging of geweld. Ze worden niet langer “verstopt” op een geheim adres. De Veilige Veste biedt een plek, waar ze zich veilig voelen en niet bang hoeven zijn.

De boodschap is: verstop je niet, want jij staat in je recht! In Nederland is geweld in afhankelijkheidsrelaties niet toegestaan. De persoon die jou bedreigt, mishandelt of stalkt heeft een probleem en moet zich verantwoorden bij politie, OM of de rechter. Politie en OM zijn nauw betrokken bij de Veilige Veste. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt over de bescherming en veiligheid van de meiden. In 2012 is het voormalige politiebureau in Leeuwarden helemaal verbouwd tot Veilige Veste. Op 24 mei 2012 werd het pand officieel geopend. Fier Fryslân realiseerde De Veilige Veste samen met woningbouwcorporatie WoonFriesland. Ze lieten zich inspireren door de Cradle to cradle-visie op bouwen: build a house like a tree. De lucht wordt schoner teruggegeven dan het binnenkomt. Enkele voorbeelden zijn het zuiveren van afvalwater zodat het weer bruikbaar is, het opnieuw toepassen van bouwdelen na de sloop én optimale inzet van eindeloze energiebronnen als zon en wind. De Veilige Veste voorziet in de eigen energiebehoefte en is vrijwel energieneutraal.

www.fierfryslan.nl

Het Oranje Huis


Een nieuwe aanpak van huiselijk geweld – dat is het Oranje Huis. Kernwoorden zijn open, zichtbaar, samen en toekomstgericht. In 2011 opende prinses Maxima het eerste Oranje Huis van Blijf Groep in Alkmaar.

Het Oranje Huis is een Blijf-van-mijn-Lijfhuis nieuwe stijl. Hier kunnen slachtoffers van huiselijk geweld tot rust komen en herstellen. Niet langer op een anoniem adres, maar zichtbaar en herkenbaar. De missie van Blijf Groep/Oranje Huis is niet het verstoppen van huiselijk geweld, maar het stoppen ervan. In een Oranje Huis is plaats voor advies, coördinatie, hulpverlening en opvang. Alles onder één dak. Het is dus mogelijk om snel te schakelen en een gezin direct laagdrempelige hulp op maat te bieden. In het Oranje Huis wordt huiselijk geweld benaderd vanuit de totale gezinssituatie. Daarom richt de hulpverlening zich ook op de (ex-)partner. Met name als er kinderen in het spel zijn, is het belangrijk om ook met de (ex-)partner goede afspraken te maken. Vrijwilligers ondersteunen de cliënten in allerlei praktische zaken en organiseren ontspannende activiteiten. In het Oranje Huis wordt ook het sociale netwerk van de cliënten betrokken. Kinderen kunnen zo contact houden met vriendjes, opa’s en oma’s kunnen langskomen. Steun van familie, vrienden, buren en collega’s is voor alle gezinsleden van belang, en is bovendien een belangrijke beschermende factor. Want veiligheid maak je samen. www.blijfgroep.nl/oranje-huis

Academische werkplaats


Elf instellingen vanuit de Vrouwenopvang en het Onderzoekscentrum Maatschappelijke Zorg van het UMC St Radboud vormden de afgelopen vijf jaar de Academische werkplaats Huiselijk Geweld. De werkplaats bundelt, ontwikkelt en verspreid kennis over de in- en uitsluitingsprocessen van slachtoffers van huiselijk geweld én over effectieve hulp. Het doel: verdere professionalisering en kwaliteitsverbetering van de Vrouwenopvang. Een van de geboekte resultaten is het dossier systeemgericht werken.

Het dossier geeft inzicht in systeemgericht kijken en begeleiden, in combinatie met de methodiek Krachtwerk; deze methode versterkt het zelfvertrouwen, sociaal functioneren en de omgevingssupport van vrouwen in de opvang. Verder draagt de methode bij aan herstel en verbetering van de levenskwaliteit. Het ontwikkelde dossier geeft ook inzicht in professioneel meervoudig partijdig werken en biedt handvatten voor systeemgericht werken.

In 2013 oriënteert de Academische werkplaats zich op vervolgstappen. Dit gebeurt in afstemming met twee grote landelijke projecten voor de aanpak van huiselijk geweld (‘Verbeterplan Vrouwenopvang’ en ‘Aanpak geweld in huiselijke kring’, in samenwerking met het ministerie van VWS en VNG). Verdere professionalisering en wetenschappelijke toetsing staan centraal.
Natascha (23) werd stelselmatig door haar man en haar schoonmoeder gekleineerd. Toen het geweld escaleerde besloot ze te vertrekken.

‘Ik heb spijt dat ik met je getrouwd ben. Je bent een slechte moeder. Ik wil van je scheiden. Teksten die ik keer op keer van mijn man naar mijn hoofd geslingerd kreeg. Vreselijk pijnlijk, maar toch bleef ik. Ik kon nergens terecht. Met mijn vriendinnen van vroeger had ik geen contact. Daar had mijn ex wel voor gezorgd. Ze waren niet goed genoeg voor me, zei hij, ze spoorden niet.'

'Het ging pas echt mis toen mijn schoonmoeder een moeilijke periode doormaakte en veel bij ons was. Dat leidde tot spanningen en ruzies thuis. Die ruzies gingen soms nergens over, maar konden eeuwenlang duren. Mijn ex kon me gerust twee weken lang negeren, zonder dat ik precies wist waarom. Meestal moest ik via mijn schoonmoeder horen waarom hij zo boos was. Ondertussen ging het niet goed met mijn dochter. Ze was gestrest, huilde veel. En omdat we schulden hadden, was ik verplicht om fulltime te werken, dus ik kon er niet altijd voor haar zijn. Dat vrat aan me. Ik was zwaar depressief, zag het niet meer zitten. Ze maakten me geestelijk kapot.'

'Tijdens een vakantie zei mijn ex voor de zoveelste keer dat hij spijt had van ons huwelijk had en dat hij wilde scheiden. Ik stemde toe, ik trok ik het niet meer. Hij en mijn schoonmoeder dreigden vervolgens mijn dochter van me af te pakken, en ervoor te zorgen dat ik haar niet meer kon zien. Op dat moment werd ik gek. Het liep uit de hand. Ik werd de kamer in geduwd, ze deden de deuren dicht en hielden me vast. Ik was bont en blauw.'

'Toen wist ik dat ik weg moest. Via maatschappelijk werk kwam ik samen met mijn dochter in een crisisopvang terecht. Daar heb ik drie maanden gezeten voordat ik een plek kreeg bij een Vrouwenopvang. Ineens woonde ik in één huis met veertig vrouwen en tig kinderen, een enorme drukte. Maar ik heb het er goed gehad. En veel geleerd vooral. Over hoe de cirkel van geweld in elkaar zit, hoe je met geld omgaat, sociale vaardigheden, dat je je niet hoeft te laten kleineren door een ander…'

Sinds kort woon ik op mezelf en dat gaat best goed. Soms heb ik nog moeilijke momenten, dan mis ik de drukte van de opvang en de hulp die ik daar kreeg. Nu moet ik het grotendeels alleen doen, maar het gaat me lukken. Ik begin opnieuw, samen met mijn dochter.’